Sinter Maertes veugelke

Sint Martinus van Tours

Ca. 316 (nu: Szombathely, Hongarije). 8 november ca. 397 Candes (bij Tours.)

 

Feestdag bijzondere geluksdag 11 november. In de Griekse kerk 12 november. 4 juli de dag van zijn bisschopswijding. 12 mei de dag van zijn translatie. Hij werd al in de vijfde eeuw heilig verklaard.

Zoon van een Romeins magistraat. Kwam als ruiter naar Gallië. Beroemd is het verhaal dat hij nog vóór zijn bekering op een gure winterdag Amiëns binnenreed en een arme man de helft van zijn mantel gaf. 's Nachts verscheen Christus aan hem, gekleed in dat stuk mantel. Onder meer door dat voorval werd hij het symbool van naastenliefde. De Merovingische vorsten bezaten een belangrijk reliek van Sint Maarten. n.l. de halve mantel of de "cappa". Deze werd op veldtochten meegedragen en in vredestijd bewaart in een klein heiligdom, de "capella" of "chapelle". De zorg voor de cappa werd toevertrouwd aan een klerk, de "capellanus". Hieraan danken wij de benamingen kapel en kapelaan.

Een bekende legende vertelt dat St. Maarten zich in een ganzenhok zou hebben verstopt, toen een jubelende menigte hem kwam halen voor de bisschopswijding. Daarvoor was de heilige te nederig, maar de waakzame ganzen verrieden snaterend zijn schuilplaats.

Folklore:

In de Middeleeuwen werd in steden en dorpen feest gevierd op kerkelijke hoogtijdagen. Maar de feesten stonden niet alleen in het teken van het kerkelijk jaar. Vaak werd ook de wisseling van jaargetijden bij de religieuze vieringen betrokken. November is de slachtmaand een maand van overvloed, die voorafgaat aan de magere wintermaanden. Een deel van het vee werd geslacht, de laatste druiven werden geoogst. De sterfdag van heiligen wordt als feestdag beschouwd. Sint Maarten valt veertig dagen vóór Kerstmis. In 480 liet Perpetuus van Tours op die dag de Sint Maartensvasten beginnen. Als patroonheilige van de wijnboeren en de ganzen stond de naamdag van Sint Maarten al spoedig in het teken van het bereiden van de Sint Maartensgans, waarbij de jonge wijn met volle teugen werd genoten.

Sint Martijn Sint Martijn

't avont most en morgen wijn!


Al voor 1300 werd in heel west Europa op 11 nov. Sint maarten gevierd. Volgens de Sint Maartensstijl begon op die dag het nieuwe jaar en luidde men het begin van Carnaval in, met Martinus als beschermheilige van bekeerde dronkaards. Om dat te gedenken werden op die avond vreugdevuren ontstoken.

Op de vooravond werd door de jeugd aardappelloof, stro, boomtakken en ander brandbaar materiaal verzameld. Dit werd op grote hopen gelegd en in brand gestoken. Terwijl de stapel brandde zwierf de jeugd met fakkels door de velden.

Het was (en is) een zgn. "schuddekorfdag". Het was een feest voor iedereen. Maar vooral voor kinderen en bedelaars. Van het stadsbestuur kregen de armen een penning of een korf brood en mochten zij langs de deuren gaan voor een aalmoes. Kinderen gingen onder het zingen van sint Maartens liederen al dan niet met rommelpot en een door hen zelf uit bieten gemaakte lampion. De uitgeholde biet als een soort agrarische lampion schijnt al eeuwen algemeen in zwang te zijn geweest.

 

Het meest bekende liedje in Nederland schijnt te zijn:

 

Sint Martinus bisschop

Roem van alle landen

Dat wij hier met lichtjes lopen

Is voor ons geen schande


Zelfs het Limburgse "Sintermaerte veugelke", schijnt een Friese tegenhanger te hebben.

Zo haalden de kinderen noten, kastanjes en appels op. Deze werden bij het vallen van de avond boven het Sint Maartensvuur geschud. Daarna verorberde men de geroosterde vruchten.

De protestantse geestelijkheid probeerde vanaf het eind van de zestiende eeuw in de Noordelijke Nederlanden het feest te verbieden. Maar het had weinig effect, bovendien ging de verering in de Zuidelijke Nederlanden gewon door. Tot nu nog bleef men het Sint Maartensfeest vieren.

 

Dit heeft ongetwijfeld zowel met de oorspronkelijke gedachte van barmhartigheid te maken als met de folkloristische gebruiken die samenhingen met de oogstmaand.

 

Het is wel duidelijk een kinderfeest geworden. Toch is de oorspronkelijke uitbundigheid in de negentiende eeuw teruggelopen. Op veehouderijen is november al lang geen slachtmaand meer en de boeren slachten nog zelden zelf. Bovendien zijn de sociale noden sinds het invoeren van de armenwet in 1912 veel minder groot.

 

In bepaalde streken in Nederland is de lampionoptocht in ere gebleven.

 

In de jaren vijftig van de afgelopen eeuw werden optochten georganiseerd waarbij de figuur van Sint Maarten te paard in de stoet meetrok. Het schijnt een typisch Limburgs gebruik te zijn. Na de tocht werd het "Sint Maertevuur" ontstoken. Bij thuiskomst werden zij vaak getrakteerd op chocolademelk en koek.

 

Kinderen gaan nog steeds met lampions langs de huizen en zingen: "Sinte Maert zien veugelke", ze krijgen fruit, snoep of wat geld. " En wee degene die zijn deur gesloten houdt. In dat geval wordt er gezongen:

 

"Hier woont juffrouw kikkerbil

Die ons nooit iets geven wil

Hier woont bakker slokop

Die vreet alles zellef op!"


Patronaten

H. Martinus bisschop: bijzondere geluksdag

 

Patroon van o.a. Frankrijk (hij is de populairste heilige van Frankrijk). Er zijn Vierhonderdvijfentachtig gehuchten en dorpen en ruim zesendertighonderd parochiekerken naar hem genoemd. Hongarije, Groningen, Parijs, Montserrat, Sint Maarten (eiland), Sint Maartensdijk, Sint Martens-Voeren, Utrecht, in de zevende eeuw was in Utrecht al de Sint Maartenskerk.

 

Patroon van Aardewerkfabrikanten, alcoholbestrijders, bedelaars, bezembinders, borstelmakers, groothandelaren, herbergiers, herders, hoefsmeden, hotelhouders, kleermakers, kooplieden, kuipers, lakenhandelaren, leerlooiers, militairen, molenaars, omroepers, soldaten, ruiters, venters,wevers, wapensmeden, wijnbouwers, wijnhandelaren. Wordt aangeroepen tegen alcoholisme, bedplassen, huiduitslag, koorts, pokken, roos, tegen slangen en wormen.

Schutspatroon van ganzen, paarden, huisdieren in het algemeen en vee, onvruchtbaarheid in het algemeen en van de velden in het bijzonder, voor het verkrijgen van rijkdom.

 

Spreuken en wetenswaardigheden:

"Op Sint Martijn slacht de arme man zijn zwijn.

Maar iemand die meer geld kan zien.

Die slacht zijn zwijn op Sint Katrien."

 

"Duustere Sint Maerte, leechte Kêrsmis."

 

"Jông, jông, Sint Maerte,

Bokeskook en mêlk

is nog neet gaete."

 

Van de H. Martinus weet men dat hij in zijn getijdenboek een zaadje vond; hij borg het zorgvuldig in de aarde, en uit het zaadje ontkiemde de boekweit.

Sinter Maertes veugelke

Mit zien road keugelke

Mit zien blauw sjtertje

Hoepsa Sinter Maerte.

 

'Sintermertes veugelke' ontmoet men al in de gedichten van de Middeleeuwen. Uit de handschriften is het gegronde vermoeden ontstaan, dat hiermee de bonte specht bedoeld is (picus maior), met zijn donkere staalblauwe staartveren en donkerrode nek. Het woord 'keugelke' is immers het Middelnederlandse 'cogele', dat halskraag of mantelkap betekent.

 

In de verering van sint Maarten is in tegenstelling met wat men nogal eens kan lezen geen heidens element te ontdekken.

De avond vóór St. Maarten was een echte strooiavond. De kinderen dansten dan rond, terwijl ze 'Sintermerte veugelke' zongen. Daarbij keken ze verlangend naar de schoorsteen. Sint Maarten was ook een kindervriend en trad herhaaldelijk voor Sinterklaas in de plaats.

 

De historische martini-dronk, die de naam St. Maartens minne draagt, is oorspronkelijk een heidense offerdronk. (zie St. Jansminne)

Zie ook: St. Patrick, Goede Vrijdag, St. Jan, St. Bartholomeus

 

"Sint Maarten

koeken en taarten

Brood en wijn

Al voor Sinte Maartens zwijn."

 

Het sint Maartenszwijn hangt samen met het varken slachten.

 

In de Zaanstreek zingt men:

"Sintere Maarten had een koe

Die moest naar de slager toe!"

 

"Zuidenwind de dag voor Martijn

't Zal een zachte winter zijn."

 

Sint Maarten wordt de bestraffer, of zelfs wel de patroon der drinkers genoemd. In Frankrijk spreekt men van: 'le mal de St. Martin' dat betekent 'katterig zijn'.

 

Commissie Volkscultuur,
Annie Schreuders-Derks

19-11-2006