Worstenbroodjes

Deze worden gebakken voor Kerstmis. Ze werden gegeten als men na de nachtmis thuis kwam. De nachtmis was vroeger midden in de nacht en het waren drie missen achter elkaar.
De Limburgse worstenbroodjes zijn gemaakt van gistdeeg (elders in Nederland vaak van feuilletedeeg) Ze worden warm gegeten.
Worstebroodjes werden gemaakt van varkensgehakt. Varkensvlees hoort bij Kerstmis.

Limburgse worstenbroodjes ± 14 stuks


Deeg

500 gram bloem
30 gram gist
1 dl water
1 dl melk
50 gram boter
1 ei
10 gram zout

Vulling

600 gram gehakt half varkens, half kalfs of runds gehakt

1 ei
oud witbrood (of paneermeel)
zout
peper
foelie
nootmuskaat

Afwerking:

1 ei

1 eetlepel melk


Doe de bloem in een kom en maak er een kuiltje in. Roer de gist uit met wat lauwe melk. Giet de gist in het kuiltje en voeg boter en ei toe. Dan de rest van het lauw warme vocht. Strooi het zout langs de buitenrand van de bloem. Kneed een soepel deeg. Dek het deeg af en laat het rijzen op een warme plaats tot het dubbele volume.

Haal van het brood de korsten af en week het in wat lauw water. Druk het vocht er uit en druk het brood fijn. Maak het gehakt aan met het ei en oud brood. Maak het mengsel met zout en peper op smaak. Het gehakt moet stevig zijn zodat er rolletjes van gemaakt kunnen worden. (in plaats van oud brood kan ook paneermeel gebruikt worden.)

Bestrooi het werkblad met bloem en leg het deeg erop. Kneed het deeg door maar druk niet te hard. Verdeel het deeg in stukken van ± 50 gram. Rol elk deegstukje uit tot een ovaal lapje. Rol steeds een andere kant uit en haal tussen het rollen door het deeg steeds los van het werkblad. Laat het deeg terugveren, en druk niet te hard op de deegrol.

Maak van het gehakt rolletjes die korter zijn dan de deegplakjes. Leg in elk deegplakje een rolletje gehakt. Sla de zijkanten van het deeg naar binnen over het gehakt en rol het deeg om het gehakt. Trek niet aan het deeg en sluit het stevig om het gehakt. Maak de naden met water nat en druk ze vast.
Vet een bakplaat in. Leg de broodjes op de bakplaat een stukje van elkaar af, met de sluitnaad onder. Prik de bovenzijde een paar maal in. Klop ei los met een beetje melk en strijk de broodjes daar mee af.
Laat ze rijzen tot het deeg dik gezwollen is.

Verwarm de oven voor op 220 graden celcius. Bak de broodjes op 220C gedurende 15 tot 20 minuten in het midden van de oven. Ze moeten bruin zijn en stevig aanvoelen. Verleng zonodig de baktijd en zet de oven op 250C. Eet de broodjes warm of warm ze op.

Recept uit: Vlaai en ander Limburgs gebak
Wil en Netty Engels Geurts.
16-12-2005